Integrale bekostiging geboortezorg: verbinder of splijtzwam?

16-2-2021, Skipr

In de Skipr van 11 September 2020 lazen wij dat de Nederlandse Zorgautoriteit gas wil geven met haar recente advies over integrale bekostiging van de geboortezorg. ‘We zijn met elkaar al een tijdje bezig om de kwaliteit van de geboortezorg te verhogen en daarmee het sterftecijfer te verlagen’, zegt directeur Regulering Josefien Kursten. ‘Dit is een heel belangrijk onderwerp. Dus we wilden met ons besluit een stip aan de horizon zetten.’ Impliciet in dit citaat is de gedachte dat een integraal tarief deze doelen dichterbij gaat brengen en dat een stip aan de horizon nodig is. Bij beide ideeën zijn terecht vraagtekens geplaatst, door diverse partijen in de Geboortezorg.
afbeelding

Middel-doel discussie

Hoewel er bij integrale bekostiging min of meer standaard wordt gezegd dat het een middel zou kunnen zijn om bepaalde doelen, bijvoorbeeld integrale geboortezorg te faciliteren, wordt gesuggereerd dat de integrale bekostiging gelijk is aan het doel namelijk integrale geboortezorg.

Deze verwarring is helaas ook in het taalgebruik geslopen. In plaats van te spreken van VSV’s met als financieringsmodel integrale bekostiging is men van IGO’s gaan spreken alsof de IGO een geheel andere organisatie met een heel ander (vaak beter) doel dan de “reguliere” VSV’s. Hiervan is geen sprake. Alle VSV’s zijn bezig met het werken aan integrale zorg, los van de wijze waarop die zorg gefinancierd wordt. Er ontstaat een zeer ongewenste rivaliteit tussen IGO’s en niet IGO’s terwijl het heel hard nodig is om gezamenlijk de integrale geboortezorg vorm te geven, los van hoe dat wordt gefinancierd. Het is te prijzen dat een aantal VSV’s haar nek heeft uitgestoken om te zien of integrale bekostiging hen kon helpen om het doel integrale zorg te bereiken. Zij hebben zich met hart en ziel hiervoor ingezet. Dit laat onverlet dat ook de overige VSV’s zich met veel enthousiasme en passie inzetten voor integrale zorg. Er dus geen reden is om de financieringsvorm tot een “wij-zij” situatie te versimpelen.

Experiment

Het is gebruikelijk om, indien bij een experiment een adverse outcomes worden gesignaleerd, het experiment stop te zetten en grondig onderzoek te doen of deze niet gewenste uitkomsten te wijten zijn aan hetgeen men onderzoekt. Op 8 januari in Zorgvisie en later in Medisch Contact, signaleert de KNOV een ongewenste ontwikkeling bij de opzet van een apart VSV op basis van integrale bekostiging naast het bestaande VSV. De KNOV verzoekt op basis hiervan het experiment wel door te laten gaan, maar deze financieringsvorm nog niet regulier te maken voordat er een goede analyse is gemaakt van hetgeen er mis ging. De NZa heeft, in reactie hierop, beëindiging van het experiment bepleit door de bekostiging regulier te maken. Dit zonder een duidelijke analyse (welke naar ons idee niet door de NZa zou moeten gebeuren maar door een onafhankelijke partij).

Vooralsnog is niet aangetoond dat integrale bekostiging ook tot betere zorg of samenwerking leidt. Het is dan belangrijk te kijken of er duidelijke voordelen zijn ten opzichte van de reguliere vorm. In het NZa advies van 9 juli 2020 worden een groot aantal knelpunten van integrale bekostiging opgesomd (waaronder bundelbrekers, administratieve lasten, grotere overheadkosten, langere doorlooptijd betalingen). Dit pleit niet direct voor invoering. Het experiment is in 2017 begonnen dus men moet concluderen dat het ofwel ingewikkelder is dan gesuggereerd ofwel dat het experiment geen verschil laat zien. De NZa trekt echter de conclusie dat we het experiment regulier moeten maken.

Stip op de horizon

Het is bijzonder om als stip op de horizon een middel te plaatsen in plaats van een doel. Er is wat betreft de integrale geboortezorg reeds een heldere stip aan de horizon namelijk het volledig implementeren van de Zorgstandaard. In het uitgebreide rapport van het RIVM (Beter weten: een beter begin RIVM 2020) worden analyses gemaakt en goede suggesties gedaan hoe dit te bereiken. Kortom zowel het doel als de weg erheen is voor alle partijen naar ons idee helder beschreven.

Terecht stelt de NZa dat de onzekerheid over de financiering leidt tot onzekerheid bij de veldpartijen. Dit is inherent aan een experiment. Gezien de complexiteit van verschillende vormen van financieren, zowel aan de VSV’s met integrale bekostiging als de VSV’s die een andere financieringsvorm voorstaan, moet comfort worden geboden, wil het een eerlijke en zinvolle zoektocht zijn. Er moet een uitdaging zijn om alternatieven te ontdekken en er uiteindelijk aan de hand van helder gedefinieerde proces- en uitkomstindicatoren een transparante vergelijking van uitvoeringsvarianten dient te komen.

Tot slot noemen wij een extra zorgenpunt. De huidige VSV’s met integrale bekostiging zijn terecht bezorgd dat hun vaak jarenlange extra inspanningen worden weggevaagd. Om die reden, en omdat zij met hun inspanning ook tot een heel groot engagement tot elkaar zijn gekomen, pleiten zij voor het regulier maken van het integraal tarief. Wat vergeten kan worden is dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat nieuwe partijen vanuit dezelfde passie het integraal tarief gaan gebruiken. Er zijn aanwijzingen sommige partijen het integraal tarief zien als een “snelle” manier om iets te regelen, zonder daarin alle veldpartijen te betrekken. Juist dan kan dit tarief in plaats van een verbinder een splijtzwam zijn.

Standpunt Federatie van VSV’s

Allereerst moeten we weten hoe de VSV’s met of zonder integrale financiering, denken over de beste manier waarop financiering kan helpen bij het bieden van integrale geboortezorg. Tot op heden zijn zij nauwelijks betrokken. De Federatie staat positief tegenover experimenten met financiering, mits de regels daarvoor helder zijn. Wat ons betreft is het onverstandig is om de integrale bekostiging in deze fase al regulier te maken zonder dat de belangrijkste veldpartijen nl de VSV’s zijn geconsulteerd en de randvoorwaarden voor integrale bekostiging duidelijk zijn gedefinieerd. Daarnaast is het belangrijk dat er nog andere modellen worden ontwikkeld die mogelijk sneller tot een verbetering van de integrale zorg leiden. Een een beperkte financiële ruimte voor VSV besturen zal waarschijnlijk zeer effectief is om al snel enkele wezenlijke verbeteringen in de zorg (waaronder een dashboard voor monitoring, een PDCA cyclus en het verder ontwikkelen van goede indicatoren) door te voeren.

Dit betekent dat het experiment met de integrale bekostiging langer moet worden doorgezet als experiment. Maar ook dat er een uitdaging moet zijn om alternatieven te ontdekken. Dit laatste dreigt volledig dood te worden geslagen als men, zoals het er nu naar uitziet, alvast een voorschot op de uitkomst van de experimenten neemt door integrale bekostiging als “geslaagd” en regulier te bestempelen.

Eric Hallensleben

Voorzitter Federatie VSV’s

LinkedIn:  linkedin.com/in/eric-hallensleben-03008391

 

lees artikel (opent nieuw scherm/tabblad)

Deel dit bericht

Gerelateerde berichten

Meer over Geboortezorg