KNOV wil rem op voortdenderende integrale bekostiging geboortezorg

8-1-2021, Zorgvisie

De Koninklijke Nederlandse Organisatie voor Verloskundigen (KNOV) wil dat er pas op de plaats wordt gemaakt met het doorvoeren van de integrale bekostiging voor de geboortezorg.
afbeelding

Minister Van Ark moet afzien van haar voornemen om de nu nog experimentele bekostiging in 2022 een vaste plek te geven naast de bestaande, monodisciplinaire. Dat schrijft de verloskundigenorganisatie in een brief aan de minister.

Van Ark volgt hiermee een advies van de NZa, dat volgens de KNOV niet past bij de opgaven waar de Nederlandse geboortezorg nu voor staat, stelt KNOV-directeur Charlotte de Schepper.-Kerckhaert

Advies NZa

De Nederlandse Zorgautoriteit adviseerde in september om in 2028 een integrale bekostiging in te voeren voor de hele geboortezorg. Dit is volgens de zorgautoriteit bedoeld om een stip op de horizon te zetten waar de betrokken partijen naartoe kunnen werken. De NZa adviseerde de minister om, als stap naar die horizon, per 2022 de integrale bekostiging op te nemen in de reguliere bekostiging. In de tussenliggende jaren bestaan de integrale en monodisciplinaire bekostiging naast elkaar. Minister Van Ark is voornemens het advies op te volgen en wil de NZa een aanwijzing geven om de bekostiging aan te passen. Dat heeft ze in december in een brief aan de Tweede Kamer laten weten.

IGO Tergooi

Een Integrale Geboortezorgorganisatie (IGO) die dit jaar is gevormd, is voor de KNOV aanleiding om aan de bel te trekken. De organisatie wil niet alleen dat de ‘stip’ op passende bekostiging wordt gezet, ze staat erop dat integrale bekostiging niet opgenomen wordt in de reguliere bekostiging naast de huidige financiering. ‘Eerst dachten we: prima, als de integrale bekostiging naast de monodisciplinaire bestaat, dan kunnen we ze mooi vergelijken, vertelt De Schepper-Kerckhaert. ‘Daar komen we op terug, de praktijk in het Gooi laat zien wat de integrale bekostiging echt doet’, vervolgt ze. ‘Sinds jaren werken het ziekenhuis, de verloskundigen en kraamzorg daar samen in het VSV. Recent heeft Tergooi vrijwel alleen een IGO opgezet. De verloskundigen en kraamverzorgsters hebben aangegeven daar niet aan mee te willen doen. Eenzijdig worden, zonder overleg in VSV verband, contracten opgezegd met de kraamzorg. Zij leverden altijd de partusassistentie bij het poliklinisch bevallen. Verpleegkundigen in Tergooi gaan dit nu zelf doen. Blijkbaar hebben verpleegkundigen in Tergooi ruimte voor extra werkzaamheden.’

Het inlijven van verloskundigen in ziekenhuisorganisaties brengt volgens De Schepper-Kerckhaert hun poortwachtersfunctie in gevaar. ‘Net als huisartsen hebben verloskundigen de opdracht om te bepalen wanneer een verwijzing naar de tweede lijn nodig is. Het is een onwenselijke ontwikkeling. Het gaat in tegen breed gewenste ontwikkelingen zoals continuïteit van zorg, juiste zorg op de juiste plek, netwerkzorg, positieve gezondheid en preventie. Voor de zwangeren leidt het tot zorg van mindere kwaliteit, onnodige medicalisering, extra overdrachtsmomenten en verminderde keuzevrijheid en dat willen we niet’, geeft de directeur van de KNOV aan.

VSV’s

Volgens de NZa past de integrale bekostiging beter bij een integrale geboortezorg, waarbij er een nauwe samenwerking is tussen verloskundigen, gynaecologen en kraamzorg. Deze samenwerking is vastgelegd in de zorgstandaard voor de geboortezorg. De monodisciplinaire bekostiging zou samenwerking hinderen. Volgens de KNOV is het tegenovergestelde eerder waar. ‘Er zijn nu 70 VSV’s (Verloskundige Samenwerkingsverbanden, red.)’, zegt De Schepper. ‘Daarin wordt heel goed samengewerkt. De afgelopen tien jaar is dit enorm verbeterd, mede dankzij de komst van de zorgstandaard.’

Eén zakje geld

‘Acht VSV’s hebben besloten om in het experiment te stappen om zich om te vormen tot een IGO (Integrale Geboortezorgorganisatie, red.) en dus  een integrale bekostiging te gebruiken’, vervolgt de KNOV-directeur. ‘En wat blijkt: de IGO’s hebben juist de meeste moeite met de financiële kant van de samenwerking. Ze krijgen één integraal budget. Dan kijken ze: hoeveel kreeg jij vroeger, hoeveel kreeg ik? Die verdeling passen ze toe. De integrale bekostiging leidt er nu nog niet toe dat het geld anders wordt uitgegeven. Uit de stand van de zorg van de NZa blijkt dat bij de IGO’s de kosten juist zijn gestegen.’

Kwaliteit verslechtert niet

De Schepper wijst erop dat het  niet is aangetoond dat een integrale bekostiging de kwaliteit van de geboortezorg ten goede komt ‘De doelstelling voor dit experiment was juist  om een bijdrage te leveren aan verbetering van de kwaliteit van zorg.. Als je het advies van de NZa nu leest, staat er dat de kwaliteit van de zorg in ieder geval niet moet verslechteren’, constateert de directeur van de verloskundigenvereniging.

Verbinding

‘Het RIVM-rapport over de geboortezorg laat zien dat wanneer je de zwangere centraal stelt, in de 10 maanden waarin een verloskundige haar begeleidt, er verschillende andere hulpverleners mogelijk nodig zijn om goede zorg te bieden. Niet iedere zwangere heeft dezelfde zorg nodig. Verloskundigen willen kunnen samenwerken met bijvoorbeeld een diëtist, fysiotherapeut of psycholoog als dat nodig is. De integrale financiering richt zich slechts op de verloskundige met de kraamzorg en de gynaecoloog. Het model is anno 2021 niet meer passend’, geeft De Schepper-Kerckhaert aan.

Volgens de KNOV vraagt de huidige maatschappelijke opgave om een geboortezorg die in verbinding staat met andere domeinen. ‘Je wilt eigenlijk toe naar een netwerkorganisatie die breder is dan de partijen die binnen een IGO vallen, de geboortezorg is breder dan dat’, zegt De Schepper-Kerckhaert. ‘Dan is de integrale bekostiging van geboortezorg een beperking, want hoe gaan we dat financieren?’

Passende bekostiging

De KNOV is het wel met de NZa eens dat er een andere bekostiging van de geboortezorg moet komen. Uit het advies van de NZa valt op te maken dat er nog ruimte blijft om met ander vormen te experimenteren. ‘Maar wanneer ze de stip in 2028 op integrale bekostiging zet, zullen andere experimenten niet uitgevoerd gaan worden’, aldus De Schepper-Kerckhaert. ‘We willen de stip op passende bekostiging en samen met de andere partijen aan de slag om dit goed vorm te geven.’

De KNOV heeft de NZa in een brief gevraagd om haar advies te herzien. In een brief aan minister Van Ark vraagt de verloskundigenvereniging om het bestaande advies niet over te nemen en geen aanwijzing te geven. Volgende week debatteert de Tweede Kamer over de geboortezorg.

lees artikel (opent nieuw scherm/tabblad)

Deel dit bericht

Gerelateerde berichten

Meer over Geboortezorg