Nu klimaatdoelen behaald moeten worden blijkt de liberalisering van de energiemarkt achteraf toch

5-3-2021, Trouw

Overheden hebben hun energiebedrijven, ooit een nutsfunctie, gesplitst en verkocht. Nu zoeken ze juist regie, om de klimaatdoelen te halen. Was de liberalisering wel zo slim?

Als het Rijk niet als de wiedeweerga ­ingrijpt, komen Nederlandse huizen niet van het aardgas af. Die waarschuwing kwam recent van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Gemeenten slagen er nog nauwelijks in om cv-ketels in wijken te vervangen door een collectief warmtenet of elektrische warmtepompen. En dan te bedenken dat het Rijk die taak juist bij gemeenten over de schutting heeft gegooid, omdat die dicht bij de burgers staan en lokaal aan de knoppen zitten.

Diezelfde worsteling, een gepingpong met klimaattaken, voltrekt zich bij de uitvoering van andere pijlers van het Klimaatakkoord. Windmolens plaatsen, daken vullen met zonnepanelen, huizen isoleren. Overheden missen regie. Met subsidiepotten en wetgeving proberen ze de energietransitie de goede kant op te sturen. Hadden ze zélf een energiebedrijf gehad, dan konden ze direct meebeslissen over groene energieprojecten.

Maar precies de overheden die nu sturing willen geven aan het behalen van de klimaatdoelen, gemeenten en provincies, kwamen in de geliberaliseerde energiemarkt aan de zijlijn te staan. Sterker: daar kozen ze zelf voor. Het losknippen en verkopen van energiebedrijven Nuon, Essent, Delta en Eneco, gold de afgelopen tien jaar als slotstuk van de liberalisering, die toenmalig minister Wijers (economische zaken) in 1995 inzette. De overheden ontvingen miljarden euro’s, voor de verkoop van aandelen aan buitenlandse bedrijven (respectievelijk Zweeds, Duits, Zweeds en Japans). Daarmee verdampte hun zeggenschap over energieproductie en -levering. De overheid gaat ­alleen nog over stroomkabels en gaspijpen, de energie-infrastructuur bleef over als nutsvoorziening.

Wegvloeien

Met de verkoop van de energiebedrijven zagen de overheden klimaatexpertise wegvloeien, stelt onafhankelijk energiedeskundige Jan-Paul van Soest. “Die hebben ze, nu het menens wordt met de energietransitie, juist hard nodig.” Vandaar dat gemeenten druk zijn om weer experts in huis te halen, die de ins en outs kennen van duurzame technieken. Ook voor het begeleiden van bedrijven en burgers, die aan de slag moeten met milieuvriendelijke maatregelen, zoeken gemeenten medewerkers.

Van Soest, die de liberalisering als gepasseerd station accepteert, verzette zich tegen de uitverkoop van de Nederlandse energiesector. Niet alleen omdat de overheid grip zou verliezen, maar ook omdat aandelen naar het buitenland verdwenen. Provincies en gemeenten beloofden de opbrengst van hun aandelen Nuon en Essent, vaak wel te besteden aan duurzaamheid. Maar in de praktijk vloeide het geld ook naar wegenbouw of onderhoud. Uitzonderingen zijn er wel, zegt Van Soest. Als commissaris van het Energiefonds Overijssel zag hij dat de provincie 250 miljoen euro inzette voor energiebesparing en duurzame energie. Dat fonds werd zo opgetuigd dat de baten van groene energie de pot weer aanvulden.

Zo leverde elke euro tenminste optimaal milieuwinst op.

lees artikel (opent nieuw scherm/tabblad)

Deel dit bericht

Artikelen over Onbekend

Ander nieuws over Economie